Overige erfelijke kenmerken

De wetenschap koppelt variatie in het DNA aan bepaalde kenmerken van een dier. Door het in kaart brengen van de verschillen in het DNA tussen dieren die het kenmerk wel bezitten en dieren die het kenmerk niet bezitten kan vastgesteld worden in welk gen en op welke positie een mutatie in het DNA is ontstaan die dit uiterlijk kenmerk veroorzaakt. Door vergelijking van de uiterlijke kenmerken met variatie in het DNA wordt een DNA-test bewezen. Dit leidt normaal gesproken tot publicatie in een wetenschappelijk artikel. Vaak zijn deze artikelen gebaseerd op een enkel ras.
De mogelijkheden en toepassingen van DNA-testen voor dergelijke uiterlijke kenmerken voor de fokkerij zijn legio. Denk bijvoorbeeld aan DNA-testen voor vachtkleuren (diverse diersoorten), hoornloosheid, melkeiwitten (rund), vleeskenmerken en gevoeligheid voor E. coli (varken), scrapie gevoeligheid (schaap), haarlengte (kat en hond), geslachtbepaling (oa. duif) en kwaliteitsgen (duif). De beschikbaarheid van deze DNA-testen biedt fokkers de mogelijkheid om gebruik te maken van deze kennis en m.b.v. dergelijke DNA-testen de kwaliteit van een populatie of ras te verbeteren.

Mutaties die beschreven en gevalideerd zijn in één ras kunnen ook voorkomen in andere rassen. Vaak wordt dit niet meer gepubliceerd in wetenschappelijke artikelen. Het voorkomen van deze mutaties in andere rassen wordt vastgesteld door laboratoria die de testen uitvoeren. Het is niet eenvoudig om te bepalen hoe betrouwbaar een bepaalde test voor een bepaald ras is. Op onze website geven wij enkel een test voor een bepaald ras aan indien deze wetenschappelijk gepubliceerd is of omdat de mutatie in dit ras vastgesteld is door een laboratorium. De eigenaar beslist of hij/zij een test uit wil laten voeren o.b.v. bovenstaande criteria.